Woorden die ik sinds de start van het nieuwe schooljaar wat vaker moet gebruiken richting Demi (onze dochter van 6, bijna 7). De wirwar aan gevoelens en emoties zijn voor haar soms nog wat moeilijk uit te drukken. Maar dat groep 4, 2 nieuwe juffen en allemaal nieuwe “luidruchtige” jongens in haar klas, wat veel zijn, daar ben ik inmiddels achter.

Wanneer grijp je in?

Ik denk dat elke ouder zich dat wel eens afvraagt. Moet ik een leerkracht mailen? Moet ik ze aanspreken op het schoolplein? Is dat nu niet wat vroeg? Ze zijn nog maar net van start gegaan met het nieuwe schooljaar. Je wilt toch niet die “zeurende, overbezorgde” ouder zijn. Maar dat ik een verandering zie in Demi dat is wel duidelijk. Waar zij, zelfs met haar hoogsensitiviteit, in eerdere jaren nooit veel klachten had over een te drukke klas of over lawaai, heeft ze dat nu alleen maar. Vooral de nieuwe jongens in haar klas zijn een grote stoorzender. “Mam, ze schreeuwen ontzettend hard, daardoor moet de juf weer schreeuwen, en daardoor krijg ik pijn in mijn oren!” En regelmatig komt ze nu uit school met de mededeling dat het geen leuke dag was. Ik als moeder vind dat lastig en vervelend, mede door mijn hoogsensitiviteit trek ik me dit ook aan en neemt het veel van mijn gedachten in beslag.

Ik zei het toch!

Aan het eind van vorig schooljaar werd bekend gemaakt dat alle groepen 3 op de schop gingen. Er werd gesproken over één onderhandelbare groep en deze groep zou opgedeeld worden en alle drie de groepen 3 werden opnieuw verdeeld. Na de eerste schrik te boven te zijn, vindt Demi het eigenlijk allemaal wel oké. Er zitten nog voldoende meisjes van haar vorige klas bij haar in en verder zou ze wel zien. Ik als die “overbezorgde” moeder heb vorig jaar een mailtje gestuurd naar de directeur om wel mijn zorgen te uiten over deze verandering. Haar huidige klas was geweldig en super op elkaar ingespeeld en ik vond het echt spijtig dat die uit elkaar werd gehaald. Maar de directeur gaf aan dat ouders zich vaker druk maken om dit soort dingen dan de kinderen zelf. Dus dacht ik bij mezelf, hij zal wel gelijk hebben en we wachten af.

Als ouder hoor je op het schoolplein natuurlijk van alles en ik had al van meerdere ouders vernomen dat de jongens waar Demi bij in de klas zou komen nou juist de jongens zijn die ze uit elkaar zouden halen. En naar wat ik begrijp is dat niet gebeurt. Nu heb ik daarvan geen bevestiging en zijn dit slechts geruchten, dus dit is feitelijk nergens op gebaseerd. Maar toch blijven al die gesprekken in mijn achterhoofd hangen als Demi voor de zoveelste keer uit school komt met verhalen en namen van kinderen die zich vreselijk lopen te misdragen in de klas. “Ojee” denk ik dan en stiekem ook “ik zei het toch!”

Ze moet er maar tegen kunnen!

Dit probeer ik mezelf weleens voor te houden. Tja, ze is nu eenmaal hoogsensitief dus het zal voor haar wat pittiger zijn dan voor een ander kind. Maar moet ik daarover nu gelijk weer de juffen gaan inlichten? Waar doe je goed aan. Je wilt ook dat je kind leert zichzelf te redden. Overigens doet ze dat prima. Maar het kost haar wel enorm veel energie. Ik zie in een tijdsbestek van 3 weken een energiek kindje veranderen in een kindje dat alleen maar moe is, snel huilt en snel boos is. Dus “ze moet er maar tegen kunnen” gaat voor mij nu niet meer op. Als ouder is het mijn taak om haar te beschermen en haar grenzen aan te geven. En voor niet hoogsensitieve mensen is het moeilijk te bevatten wat er gebeurt in de hoofdjes en de lichaampjes van de kindjes die dat wel zijn. Dus zal ik er moeten zijn om het voor deze kinderen op te nemen.

Ik ben een rotkind!

3 papiertjes uit een schriftje hingen aan de buitenkant van haar deur geplakt. “Ik ben een rotkind”, “ik doe alles verkeerd”, “niemand wil met mij trouwen omdat ik een rotkind ben”, “sorry sorry sorry”, “niet binnenkomen”, “ik voel me super rot”. Dit was zo ongeveer de strekking van wat er op die papiertjes geschreven stond. Wanneer je als moeder de trap oploopt en tegen een gesloten deur aanloopt met dit erop in grote zwarte letters draait je maag toch om. Wat niet helpt is dat dit zo ongeveer de kreten waren die ik op diezelfde leeftijd in mijn dagboekje schreef. Zij het met de nodige spel- en schrijffouten, maar de strekking bleef hetzelfde. Hierdoor weet ik dat de emoties die zij voelt terwijl zij dit opschrijft echt zijn. Ik weet wat er op dat moment door haar heen gaat. Een wir war van emoties die ze niet kan plaatsen.

Hier ging een discussie met haar aan vooraf. Uiteindelijk kwam er een woede-uitbarsting van haar kant, waarbij ik de grens moest aangeven. Kwaad stampte ze de kamer uit, de trap op en gooide de deur van haar slaapkamer dicht. Je hoopt dat dit soort situaties pas komen op het moment dat ze de puberleeftijd gekregen hebben. Daar had je rekening mee gehouden. Maar dat dit dus ook gebeurt terwijl ze 6 zijn is soms pittig. Ik hou mijn hart soms vast voor wat er komen gaat. Maar aan de andere kant weet ik ook dat ik er nu juist op tijd bij ben. Alles wat ze nu leert hoeft later niet meer. Hoe eerder ze nu leert over haar emoties, waar het vandaan komt en dat ze hoogsensitief is. Hoe eerder ze zichzelf kan gaan accepteren.

Het voelt als een straaldraadje

Soms moet ik mezelf even knijpen om te realiseren wat voor gesprekken ik soms met haar heb. “Mam, als ik de schuur uit stap naar buiten heb ik een heel raar gevoel hier in mijn borst. Als ik naar binnen stap is het weer weg.” ’s Avonds in bed begint ze er weer over. “Mam, ik heb weer dat gevoel in mijn borst, het zit hier (ze wijst het aan). Het voelt als een straaldraadje wat hier dan zo langs loopt en wat, nou ja, niet zo fijn is. Ik voel me er een beetje gek door.”

Gedurende de dag hoor ik meerdere malen “oh ik doe het allemaal weer verkeerd?” Ik kan nauwelijks wat tegen haar zeggen of ze betrekt het allemaal negatief op haar zelf en zit volledig in zak en as. Dit vraagt veel energie en tijd van mij, maar ik doe het graag. Alles om het haar duidelijk te maken. Alles om haar het gevoel te geven dat ze er mag zijn en dat alles van haar er mag zijn.

Bij bepaalde muziek grijpt ze me vast. “Als er soms liedjes op zijn, met een soort van geluidje erin, dan voel ik hier (wijst weer wat aan op haar lichaam) dat ik een knuffel moet geven, dan voel ik me opeens zo blij en fijn.” Als ze een zachte trui aan heeft of ik heb iets aaibaars aan dan heb ik twee hoogsensitieve kindjes vast aan mij zitten. “Want mama jij bent zo lekker zacht en we voelen dat we jou steeds moeten knuffelen.”

Wat we niet moeten vergeten!

Wij zijn er als moeder of vader ook nog. Hoogsensitiviteit kan ontzettend mooi zijn. Maar op de momenten dat het je kinderen in de weg zit. Doordat ze het als een belemmering ervaren op school, thuis of in hun sociale leven, wordt het soms een uitdagende energievreter. Daarom wil ik jou als ouder meegeven dat je ook altijd aan jezelf mag blijven denken. Ik merk aan mezelf dat ik soms zo opga in het vooruitdenken. Hoe ik hun energie het beste kan bewaken, wat goed voor hen is en wat niet. Hoe ik met bepaalde situaties moet omgaan. Wat ik hen uit moet leggen en wat niet. Dat ik vergeet dat ik er ook ben. Met mijn hoogsensitiviteit. Mijn eigen emoties en mijn eigen gevoelens. En dat die ook de ruimte mogen krijgen. Om onze kinderen zo goed mogelijk te begeleiden in deze eigenschap is het belangrijk dat wijzelf overeind blijven en het goede voorbeeld geven als het op zelfliefde aankomt. Zorgen voor ons zelf is net zo belangrijk als zorgen voor onze kinderen.

Vergeet dat niet!